Ondernemend leren

img_6442Bij de ontwikkeling van het concept van Tiener College was Big Picture Learning een belangrijke inspiratiebron. BPL is een van oorsprong Amerikaans onderwijsconcept waarbij de interesses van leerlingen een centrale plek krijgen in hun leerproces. Docenten-mentoren (advisors) maken voor elke leerling van hun stamgroep (advisories) een persoonlijk leerplan. Leerlingen die zich graag verdiepen in techniek, leren bijvoorbeeld Engels, wiskunde en natuurkunde aan de hand van dat thema. Andere leerlingen doen dat met heel andere onderwerpen zoals geschiedenis, tekenen en film. Voor zover je beroepen kunt bedenken bij die bijzondere interesse zoekt de advisor een stageplaats waar de leerling nog meer over de vakgebieden leert in een learning through interest. Deze LTI´s, waar leerlingen in BPL-scholen daadwerkelijk een periode in een bedrijf werken en leren, kregen in Tiener College de vorm van beroepenprojecten. Leerlingen bezoeken bedrijven, organisaties en zelfstandigen om beroepen en hun relatie met vakinhouden te onderzoeken. Daarnaast hebben leerlingen de ruimte om met eigen leervragen (ELV) interessegebieden te onderzoeken.

Vanaf oktober komen de leerlingen van Tiener College VO daarnaast op vrijdagmorgen samen om taal en vaardigheden te oefenen door iets te ondernemen binnen school. Deze ondernemingen geven de leerlingen ruimte om vanuit interesses als vormgeving, ict, (creatief) schrijven en techniek allerlei communicatieve vaardigheden te oefenen. Iedere onderneming levert daadwerkelijk een activiteit voor anderen op.

Komende weken ondernemen leerlingen onder meer het volgende:

  • het organiseren van een aantal lessen houtbewerking voor groep 1-6
  • het schrijven en verzorgen van een tekencursus
  • het organiseren van een schoolfeest
  • het aanbieden van workshops LEGO Mindstorm
  • het organiseren van een galerie beeldende vorming
  • het voorbereiden van workshops voor een mediaweek

Leerlingen bedenken zelf dergelijke activiteiten voor een onderneming. Ze vormen een team en schrijven een plan van aanpak. In het plan van aanpak voor de onderneming neemt de docent een aantal concrete taaldoelen op. De teams die de leerlingen vormen, bestaan zolang de onderneming duurt. Alles wat de teams doen ten behoeve van hun onderneming staat op een planbord in het lokaal. In feedback en een eindgesprek beoordeelt de docent kennis en vaardigheden van de leerlingen ten aanzien van de opgenomen taal- en andere doelen. Bij een nieuwe onderneming maken leerlingen een (deels) nieuw team en starten opnieuw met het maken van een plan van aanpak.

Vrijdagmorgen hebben de leerlingen 75 minuten taalaanbod. De leerlingen starten in drie opeenvolgende instructiegroepen met een korte nabespreking van hun weektaken (begrijpend lezen en spelling). Ook maken alle leerlingen een wekelijks dictee. De overige tijd besteden leerlingen en docent aan de ondernemingen. De docent bespreekt met de leerlingen wat ze de afgelopen week hebben ondernomen en welke doelen ze zich stellen voor de aankomende week. De gehele week hebben de leerlingen elke dag tijd om zelf taken in te plannen en zelfstandig te werken. Deze tijd besteden de leerlingen voor een deel aan hun onderneming. Gedurende de week volgen de docenten van de leerlingen hun vorderingen door korte voortgangsgesprekken en via het planbord in het lokaal. Vrijdag evalueren leerlingen en docent vooral en stellen ze doelen en prioriteiten voor de aankomende week.

Komende weken beschrijven leerlingen en docenten de ondernemingen in een aantal blogs.

 

Geef een reactie