Schrijfklas

IMG_6613Het is de tweede dag van het schooljaar. Ingespannen gezichten. Onophoudelijk bewegende pennen. Een klas vol papier en plezier. We zijn de ochtend begonnen met een gesprek over genres. Over kenmerken van verhalen. Over wat een verhaal goed, boeiend, spannend, grappig, aantrekkelijk maakt. Op het whiteboard staat een rijtje:

enkele hoofdpersonen

bijfiguren

alinea´s en delen

een titel die je nieuwsgierig maakt

beknopt verteld

plot

humor en/of spanning

Naast het rijtje ben ik aan de onderdelen van de opdracht begonnen.

één verhaal

in

één jaar

op papier

feedback van elkaar

elke periode een beoordeling van mij

einde van het jaar een topverhaal

´Je gaat dit jaar één verhaal schrijven. Je mag er het hele schooljaar over doen. We schrijven op papier. We gaan elkaars verhalen vaak lezen en van commentaar voorzien. Iedere periode, ook al is je verhaal nog niet klaar, geef ik je een beoordeling voor wat je tot dan toe hebt gedaan en hoe je feedback hebt gegeven en hebt gebruikt. En aan het einde van het schooljaar, daar gaan we met elkaar voor zorgen, heeft iedereen een prachtig sterk verhaal geschreven.´ Ze willen al beginnen als ik het nog maar amper heb gezegd.

Het starten duurt bij een aantal leerlingen een tijdje. Hun eerste idee levert meteen wat praktische problemen op. Als ik dat doe, hoe los ik dan weer dat op? Een kwartier later zijn ze allemaal aanbeland in fantasierijk gepeins. Af en toe hoor ik gemurmel van hardop denkende leerlingen die hun plot uitstippelen. Ze maken, zoals ik heb aangeraden, een plannetje. Een schema. Krabbels. Namen. Plaatsen. Gebeurtenissen. Het woord plot wordt iedereen opeens heel duidelijk. Ze zitten allemaal middenin hun plot. De Ipad en de laptop zijn dwingend. Maar ik herhaal de uitleg op hun vraag: ´Nee, werk op papier. Kras maar gewoon eens in zo´n tekst. Doe dat ook eens. Degenen die je later feedback geven, schrijven het gewoon tussen de regels en in de kantlijn.´ Maar een paar leerlingen zetten Spotify aan. De meeste leerlingen laten de muziek (die best mag) voor wat ze is. Er speelt genoeg in hun hoofd. Een paar kleine Stephen Kings gaan los op dorpen waar alles spookt en niemand rondwandelt zonder binnen enkele ogenblikken te verdwijnen. ´Iemand anders moet het ook lezen en goed vinden,´ zeg ik. ´Maak het niet te bont!´ Ze kijken even kritisch naar hun verhaal. De klas raakt langzaam vol met personages. Het valt me op dat ik meermalen de vraag krijg of ze een vervolg mogen schrijven op een boek of – het meest – een Netflixserie. Ik zeg geen nee. Maar ik zeg wel: ´Zorg dat je iets nieuws creëert, een personage, een spin off, een heel andere plaats. Ga het maar aan.´  

De leerlingen ontdekken in de loop van de morgen dat het verhaal een eigen wil heeft. Als we tegen het einde van de morgen terugkijken op het schrijven vertellen enkele leerlingen al de hele plot te kennen. De meerderheid heeft gemerkt dat al schrijvende het verhaal zijn eigen loop neemt. Ze hebben geen idee waar het naar toe gaat. En stiekem denk ik: wie zijn verhaal al helemaal denkt te kennen, wacht maar, dat gaat heel anders aflopen.

Maandag verder.